History

De Afdeling Algemene Vorming vindt haar oorsprong in de leerstoel 'geschiedenis der natuurwetenschappen', die in 1945 aan de VU werd ingesteld. De eerste hoogleraar wetenschapsgeschiedenis was Reijer Hooykaas.

1945-1971
In 1945 was de VU de eerste universiteit in Nederland met een professoraat in de wetenschapsgeschiedenis. Het bestuur van de toenmalige Faculteit der Wis- en Natuurkunde was van mening dat elke student weet moest hebben van het bredere kader van het vak dat hij beoefende. Deze gedachte kwam voort uit de christelijke traditie waar de VU in stond. Om die reden werd, kort na de Tweede Wereldoorlog, de wetenschapshistoricus Reijer Hooykaas (1906-1994) benoemd, die van  1945 tot 1971 aan de VU verbonden was. Hooykaas is een van de grondleggers van de wetenschapsgeschiedenis in Nederland. Hij publiceerde over uiteenlopende onderwerpen als de geschiedenis van de geologie, de geschiedenis van de scheikunde, de relatie tussen geloof en wetenschap, en het belang van de ontdekkingsreizen voor de Wetenschappelijke Revolutie. Ook internationaal geniet zijn werk grote bekendheid.

1971-2001
Na het vertrek van Hooykaas werd de leeropdracht uitgebreid tot 'geschiedenis en maatschappelijke studies der natuurwetenschappen'. Hooykaas’ opvolger werd Martin Rudwick, die van 1975 tot 1980 aan de VU verbonden zou zijn. In 1974 was officieel de vakgroep 'geschiedenis en maatschappelijke aspecten der natuurwetenschappen' opgericht. In 1981 werd deze naam veranderd in 'algemene vorming', waarmee de nadruk werd gelegd op het onderwijsdoel: de ‘vorming’ van de studenten. Als hoogleraar 'maatschappelijke aspecten' werd begin jaren tachtig E.J. Tuininga benoemd. Rudwick werd in deze periode opgevolgd door H.A.M. Snelders. Ook kwam er een hoogleraar in de wijsbegeerte der exacte natuurwetenschappen: P.P Kirschenmann. Daarna ontwikkelde het onderzoek zich in de richtingen Geschiedenis, Maatschappelijke Aspecten en Filosofie. De drie secties telden in deze periode elk verschillende medewerkers en er werd een groot aantal promotieonderzoeken uitgevoerd. In 1995 werd afscheid genomen van Snelders en in 2001 van Tuininga en Kirschenmann.

2002-heden
In 2002 werd dr. F.H. van Lunteren benoemd tot hoogleraar voor de geschiedenis der natuurwetenschappen. Sindsdien concentreert het onderzoek zich op de wetenschapsgeschiedenis. Momenteel zijn er verschillende medewerkers met een vaste of tijdelijke aanstelling aan de Afdeling verbonden en werken enkele promovendi aan hun dissertatie.